Rolf Weijburg

Rolf Weijburg werd in 1952 in Eindhoven geboren. In 1970 verhuisde hij naar Utrecht waar hij aan de Rijks Universiteit begon aan een studie Sociale Geografie.
Hoewel Weijburg's fascinatie voor landkaarten deels werd bevredigd in het bijvak Cartografie, bleek zijn interesse in het Grote Buitenland te romantisch om door deze studie te worden gestild. Na een jaar Universiteit switchte hij dan ook naar de Kunstacademie om zich daar op zijn eigen sociale geografie voor te gaan bereiden.
In de vijf daaropvolgende studiejaren specialiseerde Weijburg zich in de etstechniek die hem werd geleerd door o.a. Dickvan 't Wout en Fred Koot.
In 1976 studeerde hij af aan de afdeling Monumentaal.

       

Rolf Weijburg was veelvuldig gaan reizen in die tijd en in de jaren na de kunstacademie verbleef hij steeds vaker in Italië. In 1977 had hij zijn eerste soloexpositie daar in galerie 'Bon à Tirer'van Giorgio Cardazzo in Milaan. In 1978 volgde een tweede expositie in de galerie van Mara Chiaretti aan de Via dei Condotti in Rome.
Met het in Rome verdiende geld vertrok hij in Januari 1978 via Griekenland en Cyprus naar Libanon en liftte door Jordanië en Saudi Arabië naar het toen net uit de Middeleeuwen ontwakende Yemen. Vervolgens voer hij de Rode Zee over naar Djibouti en reisde lange tijd door Oost Afrika. Toen hij vanuit Zaïre Uganda in wilde, werd hij op verdenking van spionage gevangen genomen en zat een tiental dagen in Uganda vast. Vlak vóór de val van Idi Amin werd hij het land uitgezet naar Kenya. Uiteindelijk trok hij van Kenya dwars door de Sudan en Egypte terug naar Europa om in Parijs zijn huidige vrouw Catherine te ontmoeten.

       

Dat was niet de enige reden waarom deze bijna anderhalf jaar durende reis een ommekeer betekende.
Enkele jaren daarvoor was hij in Parijs bekend geraakt met het werk van Gérard Titus Carmel, Roland Topor en zijn Académie Panique, en de onheilspellende blauwe schilderijen van Monory. De fragiele techniek van Titus Carmel, de vindingrijkheid van Topor en de krachtige sferen van Monory waren de ingrediënten die Weijburg in zijn eigen werk, in zijn pen en potloodtekeningen en in zijn etsen tot dan toe had willen verenigen. De grote reis waarvan hij in 1979 terugkeerde voegde daar een geheel nieuw element aan toe:
Afrika.
Zijn werk veranderde als het ware van fictie naar feit. Een ommekeer van fantasie naar 'waar gebeurde' reisverhalen. Daarnaast werd het zwaartepunt in zijn werk verlegd van tekeningen naar etsen en met de Utrechtse etser Gerard van Rooij als buurman kon hij zich geen betere leermeester wensen.
Rolf Weijburg werd toegelaten tot de BKR en kon zich nu volledig richten op zijn etsen en reizen. Ook dit was een belangrijke ommekeer.

       

Afrika bleef trekken
en in 1981 volgde een tweede grote reis. Vanaf de Canarische eilanden trok hij zuidwaarts via tal van West Afrikaanse landen tot aan de eilandrepubliek São Tomé en Príncipe. Op de terugweg bleek in Niger de zomer te ver gevorderd waardoor overland door de Sahara reizen was uitgesloten. In de winter van 1982, echter, kon hij met enkele vrienden en een uit een zevental oude Peugeots bestaand wagenpark dat bestemd was voor verkoop in Niger en Benin, diezelfde Sahara via Algerije doorkruisen. Deze Sahara-reizen met oude auto's als financier herhaalden zich diverse winters en resulteerden in 1984 in het bij Flammarion in Parijs uitgegeven boek 'Voyage au Sahara', een kinderboek dat Rolf Weijburg illustreerde aan de hand van teksten van zijn vrouw Catherine. Dit boek werd in 1985 als 'Dwars door de Sahara' bij Ploegsma in Nederland uitgegeven en won in 1986 in Frankrijk de 'Grand Prix Élan' voor het beste kinderboek.
Vele exposities hadden er in de tussentijd voor gezorgd dat de etsen en tekeningen van Rolf Weijburg niet onopgemerkt waren gebleven. Hij exposeerde in die tijd in 'Het Expositiehuis 't Hoogt' in Utrecht, maar ook bij Merlo Forni in Amsterdam, bij Zoë Cutzarida in Parijs en bij de International Print Society in New Hope, Pennsyl vania, USA.
In 1986 begon hij aan 'L'Afrique Périphérique – Een Atlas van de Eilanden rond Afrika', een project dat hem in staat stelde om, met de eilanden als vergrootglas van Afrika, lange tijd aan een grote serie door Afrika geïnspireerde kleuretsen te werken. Weijburg reisde naar alle eilandgroepen en geïsoleerde eilanden rondom Afrika en de gestage stroom kleuretsen die deze reizen voortbrachten werd 1992 bekroond met de Nederlandse Grafiekprijs.
De samenwerking met Galerie Petit in Amsterdam resulteerde in maart 2000 in een grote overzichts-expositie in het Singer Museum te Laren die de afsluiting van het eilanden-project markeerde. Het boek 'L'Afrique Périphérique', dat de ruim 90 etsen
uit de serie en vele reisverhalen bundelt, zag het daglicht tijdens deze expositie. In juni 2002 is dit boek in aangepaste vorm in Frankrijk verschenen onder de titel 'Mes Carnets des Îles'.
Sinds 2002 werkt Rolf Weijburg aan zijn nieuwe project 'An Atlas of the World's Smallest Countries'.
Rolf en Catherine wonen met hun twee dochters, Lisa en Kimber in Utrecht.