|
|
Dat was niet de enige
reden waarom deze bijna anderhalf jaar durende
reis een ommekeer betekende.
Enkele jaren daarvoor was hij in Parijs bekend geraakt met het werk van
Gérard
Titus Carmel, Roland Topor en zijn Académie Panique, en de onheilspellende
blauwe
schilderijen van Monory.
De fragiele techniek van Titus Carmel, de vindingrijkheid van Topor en
de krachtige
sferen van Monory waren de ingrediënten die Weijburg in zijn eigen
werk, in zijn pen
en potloodtekeningen en in zijn etsen tot dan toe had willen verenigen.
De grote reis
waarvan hij in 1979 terugkeerde voegde daar een geheel nieuw element aan
toe:
Afrika.
Zijn werk veranderde als het ware van fictie naar feit. Een ommekeer van
fantasie
naar 'waar gebeurde' reisverhalen. Daarnaast werd het zwaartepunt in zijn
werk
verlegd van tekeningen naar etsen en met de Utrechtse etser Gerard van
Rooij als
buurman kon hij zich geen betere leermeester wensen.
Rolf Weijburg werd toegelaten tot de BKR en kon zich nu volledig richten
op zijn
etsen en reizen.
Ook dit was een belangrijke ommekeer.
|
|
|
|
|
|
|
|
Afrika bleef trekken
en in 1981 volgde een tweede grote reis. Vanaf de Canarische eilanden
trok hij
zuidwaarts via tal van West Afrikaanse landen tot aan de eilandrepubliek
São Tomé
en Príncipe. Op de terugweg bleek in Niger de zomer te ver gevorderd
waardoor
overland door de Sahara reizen was uitgesloten. In de winter van 1982,
echter, kon
hij met enkele vrienden en een uit een zevental oude Peugeots bestaand
wagenpark
dat bestemd was voor verkoop in Niger en Benin, diezelfde Sahara via Algerije
doorkruisen. Deze Sahara-reizen met oude auto's als financier herhaalden
zich
diverse winters en resulteerden in 1984 in het bij Flammarion in Parijs
uitgegeven
boek 'Voyage au Sahara', een kinderboek dat Rolf Weijburg illustreerde
aan de
hand van teksten van zijn vrouw Catherine. Dit boek werd in 1985 als 'Dwars
door
de Sahara' bij Ploegsma in Nederland uitgegeven en won in 1986 in Frankrijk
de
'Grand Prix Élan' voor het beste kinderboek.
Vele exposities hadden er
in de tussentijd voor gezorgd dat de etsen en tekeningen
van Rolf Weijburg niet onopgemerkt waren gebleven. Hij exposeerde in die
tijd in
'Het Expositiehuis 't Hoogt' in Utrecht, maar ook bij Merlo Forni in Amsterdam,
bij
Zoë Cutzarida in Parijs en bij de International Print Society in
New Hope, Pennsyl
vania, USA.
In 1986 begon hij aan 'L'Afrique
Périphérique Een Atlas van de Eilanden rond
Afrika', een project dat hem in staat stelde om, met de eilanden als
vergrootglas
van Afrika, lange tijd aan een grote serie door Afrika geïnspireerde
kleuretsen te
werken. Weijburg reisde naar alle eilandgroepen en geïsoleerde eilanden
rondom
Afrika en de gestage stroom kleuretsen die deze reizen voortbrachten werd
1992
bekroond met de Nederlandse Grafiekprijs.
De samenwerking met Galerie Petit in Amsterdam resulteerde in maart 2000
in een grote overzichts-expositie in het Singer Museum te Laren die de
afsluiting van het eilanden-project markeerde. Het boek 'L'Afrique
Périphérique', dat de ruim 90 etsen
uit de serie en vele reisverhalen bundelt, zag het daglicht tijdens deze
expositie.
In juni 2002 is dit boek in aangepaste vorm in Frankrijk verschenen onder
de titel
'Mes Carnets des Îles'.
Sinds 2002 werkt Rolf Weijburg aan zijn nieuwe project 'An
Atlas of the World's Smallest Countries'.
Rolf en Catherine wonen met hun twee dochters, Lisa en Kimber in Utrecht.
|
|
|
|
|
|